Solvabiliteit berekenen: formule, schuldgraad en wat een goede waarde is
Tips
Het korte antwoord
Solvabiliteit bereken je door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal, maal 100. In de Belgische jaarrekening is dat code 10/15 gedeeld door code 10/49 (totaal van de passiva, gelijk aan het totaal van de activa, 20/58). Dat is de definitie van de Nationale Bank zelf, ratio 19 in haar statistieken, en ze werkt op het volledig, verkort en micromodel. Een bedrijf met 720.000 euro eigen vermogen op een balanstotaal van 2,4 miljoen euro heeft een solvabiliteit van 30%. De schuldgraad is het spiegelbeeld: schulden (17/49) gedeeld door het totaal van de passiva. De Nationale Bank definieert geen schuldgraad, dus vraag altijd welke versie je krijgt. Boven ongeveer 25 tot 30% geldt de solvabiliteit doorgaans als comfortabel, maar de eerlijke maatstaf zijn de kwartielen van de sector en de evolutie over drie jaar.
Formule en codes komen uit de ratiodefinities van de Nationale Bank, haar gebruikersgids bij de statistieken van de Balanscentrale en de standaardmodellen (release 2021), gelezen op 1 oktober 2026. Dit is algemene informatie, geen boekhoudkundig of financieel advies.
De definitie van de Nationale Bank
De Nationale Bank noemt de ratio solvabiliteit in haar definities en financiële onafhankelijkheidsgraad in haar gebruikersgids. Ze meet het aandeel van het eigen vermogen in alle middelen waarmee het bedrijf werkt: hoe hoger, hoe minder het bedrijf afhangt van geld van derden.
Solvabiliteit = eigen vermogen (10/15) / totaal van de passiva (10/49) x 100
Er hangt geen voorwaarde aan: anders dan bij ratio's op basis van de omzet kun je ze voor elke jaarrekening berekenen, ook voor microvennootschappen die hun omzet niet vermelden. Omdat een balans in evenwicht is, geeft delen door het totaal van de passiva hetzelfde resultaat als delen door het totaal van de activa. Het is dus dezelfde formule als in de financiële gezondheidscheck van een bedrijf.
Welke codes de ratio voeden
Code | Rubriek aan de passiefzijde | Rol |
|---|---|---|
10/15 | Eigen vermogen: inbreng (kapitaal en buiten kapitaal), herwaarderingsmeerwaarden, reserves, overgedragen winst of verlies (14), kapitaalsubsidies (15) | Teller van de solvabiliteit |
16 | Voorzieningen en uitgestelde belastingen | Geen eigen vermogen en geen schuld |
17 | Schulden op meer dan één jaar | Langetermijnschulden |
42/48 | Schulden op ten hoogste één jaar | Kortetermijnschulden |
492/3 | Overlopende rekeningen | Deel van de schulden |
17/49 | Totaal van de schulden | Teller van de schuldgraad |
10/49 | Totaal van de passiva | Noemer van beide |
Solvabiliteit, het aandeel van de voorzieningen en de schuldgraad tellen dus altijd op tot 100%. Wat er in het eigen vermogen zit, en waarom een bv sinds 2019 geen kapitaal meer heeft, lees je in het eigen vermogen in de jaarrekening.
De schuldgraad: twee versies in omloop
In de Belgische praktijk staat "schuldgraad" voor twee verschillende ratio's, en die worden makkelijk door elkaar gehaald:
Schulden / totaal van de passiva (17/49 / 10/49). Een percentage tussen 0 en 100 voor elk bedrijf met een positief eigen vermogen: 70% betekent dat schuldeisers 70% van de balans financieren. Dit is het complement van de solvabiliteit.
Schulden / eigen vermogen (17/49 / 10/15), ook debt-to-equity of gearing genoemd. Een veelvoud: 2,3 betekent 2,30 euro schuld per euro eigen vermogen. Bij een eigen vermogen rond nul of negatief zegt dit getal niets meer.
Een schuldgraad van 70% en een gearing van 2,3 kunnen over hetzelfde bedrijf gaan. Krijg je een schuldgraad van een rapport, een bank of een tool, ga dan eerst na welke formule erachter zit voor je hem met iets vergelijkt.
Financiële schulden versus handelsschulden
Twee bedrijven met dezelfde schuldgraad kunnen een heel ander risico dragen, omdat de modellen de schulden per soort opsplitsen:
Soort | Op meer dan één jaar | Op ten hoogste één jaar | Wat het je zegt |
|---|---|---|---|
Financiële schulden | 170/4 (kredietinstellingen en leasing 172/3, overige leningen 174/0) | 43 (kredietinstellingen 430/8, overige leningen 439), plus 42, het deel van de langetermijnschulden dat dit jaar vervalt | Rentedragend, met een aflossingsschema en vaak zekerheden |
Handelsschulden | 175 | 44 (leveranciers 440/4, te betalen wissels 441) | Wat het bedrijf aan zijn leveranciers verschuldigd is |
Vooruitbetalingen op bestellingen | 176 | 46 | Klanten die vooraf betalen, courant in de bouw en bij projecten |
Belastingen, bezoldigingen en sociale lasten | - | 45 | Lopende verplichtingen tegenover de overheid en het personeel |
Overige schulden | 178/9 | 47/48 | De rest |
Een schuldgraad die vooral uit handelsschulden bestaat, weerspiegelt hoe het bedrijf draait. Een schuldgraad die uit bankschulden bestaat, weerspiegelt hoe het gefinancierd is, met rente en vaste aflossingsdata. In het verkort en micromodel zijn nog twee vermeldingen in de toelichting de moeite waard: vervallen belastingschulden (9072) en vervallen schulden aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (9076). Een bedrag verschillend van nul zegt daar meer dan eender welke ratio. Het verkort model toont ook hoeveel langetermijnschuld nog één tot vijf jaar loopt (8912) en hoeveel meer dan vijf jaar (8913).
Hoe je de solvabiliteit per sector leest
Er bestaat geen wettelijke of officiële norm voor solvabiliteit. De vuistregel van 25 tot 30% is een gewoonte uit de praktijk, en balansen verschillen structureel per activiteit:
Eigenaar of huurder. Een bedrijf dat zijn gebouwen en machines bezit en met een banklening financiert, draagt zowel het actief als de schuld. Een bedrijf dat huurt, draagt geen van beide, dus zijn solvabiliteit oogt hoger voor dezelfde activiteit.
Voorschotten van klanten. In de bouw en bij projectwerk tellen ontvangen voorschotten als schulden. Dat drukt de solvabiliteit zonder dat er iets geleend is.
Financiering binnen een groep. Een dochter die met leningen van haar moeder gefinancierd wordt, kan jarenlang een laag of zelfs negatief eigen vermogen tonen en toch elke factuur betalen.
Eén investering. Een pand kopen met een lening duwt de solvabiliteit in één jaar omlaag, zonder dat er iets mis is.
De juiste vergelijking is de sector zelf. De statistieken van de Balanscentrale van de Nationale Bank publiceren per sectorale groepering een geglobaliseerde solvabiliteit en de kwartielen Q1, Q2 en Q3, die de Nationale Bank omschrijft als referentiewaarden voor een vennootschap die zich in haar sector wil situeren. Het geglobaliseerde cijfer is een gewogen gemiddelde dat enkele grote bedrijven kunnen domineren; voor een kmo is de mediaan (Q2) meestal de eerlijkere maatstaf.
Solvabiliteit berekenen: een uitgewerkt voorbeeld
Een fictieve Gentse groothandel, een bv die het verkort model neerlegt:
Rubriek | Code | Bedrag |
|---|---|---|
Eigen vermogen | 10/15 | €720.000 |
Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 16 | €30.000 |
Financiële schulden op meer dan één jaar (lening voor het magazijn) | 170/4 | €500.000 |
Langetermijnschulden die binnen het jaar vervallen | 42 | €100.000 |
Financiële schulden op korte termijn (kredietlijn) | 43 | €250.000 |
Handelsschulden | 44 | €600.000 |
Belastingen, bezoldigingen en sociale lasten | 45 | €120.000 |
Overige schulden | 47/48 | €80.000 |
Totaal van de schulden | 17/49 | €1.650.000 |
Totaal van de passiva | 10/49 | €2.400.000 |
Solvabiliteit: 720.000 / 2.400.000 = 30,0%.
Schuldgraad op het totaal van de passiva: 1.650.000 / 2.400.000 = 68,75%. Met voorzieningen van 1,25% tellen de drie op tot 100%.
Schulden op eigen vermogen: 1.650.000 / 720.000 = 2,3.
Financiële schulden: 500.000 + 100.000 + 250.000 = 850.000 euro, of 35,4% van de balans. De handelsschulden zijn 25,0%.
Op zich zit 30% precies op de vuistregel. Stel nu dat de twee vorige jaarrekeningen 38% en 34% toonden, terwijl de kredietlijn elk jaar groeide. Dan financiert dit bedrijf iets met de bank, en de volgende vraag is wat: een investering die je terugziet in de vaste activa, of verliezen die je terugziet in code 14.
Wat de solvabiliteit niet zegt
Of de facturen volgende maand betaald worden. Dat is liquiditeit; zie liquiditeitsratio's in de jaarrekening.
Of het bedrijf juridisch in de problemen zit. Wordt het eigen vermogen negatief, dan moet een bv of nv mogelijk de alarmbel luiden; de alarmbelprocedure legt de drempels uit.
Wat er sinds de balansdatum gebeurde. Een jaarrekening wordt tot zeven maanden na het boekjaareinde neergelegd. Een kredietcheck voegt betaalgedrag en recente publicaties toe; zie hoe je een kredietcheck van een bedrijf doet.
De solvabiliteit van een hele lijst bedrijven
De solvabiliteit van één bedrijf berekenen vraagt twee codes. Voor een prospectlijst of een leveranciersbestand wil je ook de opsplitsing van de schulden en drie jaar evolutie, en dan open je de ene jaarrekening na de andere. Bizzy toont op het tabblad Financials van elke Belgische juridische entiteit vier jaar cijfers uit de jaarrekeningen die bij de Nationale Bank zijn neergelegd: balanstotaal, eigen vermogen, schulden en schuldgraad, lange- en kortetermijnschulden, financiële schulden en handelsschulden, met de verandering tegenover het vorige jaar en de neergelegde pdf per jaar. Je kunt gratis starten; de abonnementen staan op de prijspagina.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je de solvabiliteit uit een Belgische jaarrekening? Deel het eigen vermogen (code 10/15) door het totaal van de passiva (code 10/49) en vermenigvuldig met 100. Dat is de definitie van de Nationale Bank en ze werkt op elk model.
Wat is een goede solvabiliteit? Boven ongeveer 25 tot 30% geldt doorgaans als comfortabel, maar dat is een vuistregel. Vergelijk met de mediaan van de sector in de statistieken van de Nationale Bank en met de vorige jaren van hetzelfde bedrijf.
Wat is het verschil tussen solvabiliteit en schuldgraad? Solvabiliteit is het aandeel van het eigen vermogen in de balans, de schuldgraad het aandeel van de schulden (17/49). Samen met de voorzieningen (16) tellen ze op tot 100%. Sommige bronnen delen de schulden door het eigen vermogen.
Kan de solvabiliteit negatief zijn? Ja, als de opgestapelde verliezen groter zijn dan wat de aandeelhouders inbrachten en het eigen vermogen dus negatief is. Dat is een waarschuwingssignaal en een aanleiding voor de alarmbelprocedure, geen faillissement op zich.
Foto: het kasteel van Arenberg in Leuven, Juhanson, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons