Liquiditeit berekenen: current ratio en quick ratio uit de Belgische jaarrekening

Tips

Het korte antwoord

Liquiditeitsratio's tonen of een bedrijf de schulden die binnen het jaar vervallen kan betalen met activa die binnen het jaar geld worden. De current ratio deelt de vlottende activa door de kortlopende schulden; de quick ratio, ook acid test genoemd, laat de voorraden weg. In de Belgische jaarrekening berekent de Nationale Bank de current ratio als voorraden en bestellingen in uitvoering (code 3), vorderingen op ten hoogste één jaar (40/41), geldbeleggingen (50/53), liquide middelen (54/58) en overlopende rekeningen van het actief (490/1), gedeeld door de schulden op ten hoogste één jaar (42/48) plus de overlopende rekeningen van het passief (492/3). De quick ratio is 40/41 + 50/53 + 54/58 gedeeld door 42/48. De rubriek "vlottende activa" (29/58) is niet de juiste teller: ze bevat ook vorderingen op meer dan één jaar (29). Een current ratio onder 1 betekent dat de kortlopende schulden groter zijn dan de vlottende activa.

De codes komen uit de standaardmodellen voor vennootschappen van de Nationale Bank (volledig, verkort en micro) en haar ratiodefinities voor ondernemingen, gelezen op 1 oktober 2026. Dit is algemene informatie, geen boekhoudkundig of financieel advies.

Wat de current ratio en de quick ratio meten

Beide ratio's zetten wat een bedrijf binnen twaalf maanden in geld kan omzetten tegenover wat het binnen twaalf maanden moet betalen. De Nationale Bank noemt ze liquiditeit in ruime zin (current ratio) en liquiditeit in enge zin (quick ratio). Het verschil zit in de voorraad. Die moet nog verkocht en geïnd worden, misschien onder de boekwaarde. De quick ratio stelt de strengere vraag: als de verkoop morgen stilvalt, dekken de vorderingen en het geld op de bank dan de kortlopende schulden?

De formules in Belgische codes

Current ratio = (3 + 40/41 + 50/53 + 54/58 + 490/1) / (42/48 + 492/3)

Quick ratio = (40/41 + 50/53 + 54/58) / 42/48

Code

Rubriek in de balans

Current ratio

Quick ratio

29

Vorderingen op meer dan één jaar

Niet meegeteld

Niet meegeteld

3

Voorraden en bestellingen in uitvoering

Teller

Niet meegeteld

40/41

Vorderingen op ten hoogste één jaar (handelsvorderingen 40, overige 41)

Teller

Teller

50/53

Geldbeleggingen

Teller

Teller

54/58

Liquide middelen

Teller

Teller

490/1

Overlopende rekeningen (actief)

Teller

Niet meegeteld

42/48

Schulden op ten hoogste één jaar

Noemer

Noemer

492/3

Overlopende rekeningen (passief)

Noemer

Niet meegeteld

Al deze rubrieken staan in het volledig, het verkort en het micromodel. Anders dan margeratio's, die een omzet nodig hebben die kleine bedrijven mogen weglaten, kun je de liquiditeit dus berekenen voor bijna elk bedrijf dat neerlegt. Veel tools gebruiken de kortere formule 29/58 gedeeld door 42/48. Dat volstaat als code 29 klein is, maar een langlopende lening aan een klant of een verbonden vennootschap staat in 29 en blaast die versie op. Welke je ook kiest, hou ze gelijk over bedrijven en jaren heen; de financiële gezondheidscheck gebruikt dezelfde current ratio naast solvabiliteit en rendabiliteit.

Hoe je ze leest

  • Current ratio onder 1: de kortlopende schulden zijn groter dan alles wat binnen het jaar geld zou moeten worden. Niet meteen fataal, maar het bedrijf rekent op nieuwe verkopen, de bank of de aandeelhouders om op tijd te betalen.

  • Quick ratio rond 1: vorderingen en liquide middelen alleen dekken de kortlopende schulden, zonder dat er voorraad verkocht moet worden.

  • Een grote kloof tussen beide: de liquiditeit steunt op de voorraad. Geen probleem met snel draaiende goederen, wel met trage of seizoensgebonden voorraad.

  • De richting: een current ratio die in drie jaar van 1,5 naar 1,1 zakt, zegt meer dan één losse waarde.

  • De sector: een winkel die contant betaald wordt en een bouwbedrijf dat in schijven factureert, hebben structureel andere ratio's. De Nationale Bank gebruikt dezelfde definities voor haar sectorstatistieken, de juiste vergelijkingsbasis.

Een rekenvoorbeeld

Een fictieve groothandel in bouwmaterialen uit Aalst legt het verkort model neer en sluit zijn boekjaar af op 31 december:

Rubriek

Code

Bedrag

Vorderingen op meer dan één jaar (lening aan een klant)

29

€ 60.000

Voorraden

3

€ 900.000

Vorderingen op ten hoogste één jaar

40/41

€ 1.100.000

Geldbeleggingen

50/53

-

Liquide middelen

54/58

€ 140.000

Overlopende rekeningen (actief)

490/1

€ 20.000

Vlottende activa (rubriek)

29/58

€ 2.220.000

Schulden op ten hoogste één jaar, waarvan € 300.000 aan de moedervennootschap

42/48

€ 1.700.000

Overlopende rekeningen (passief)

492/3

€ 30.000

  • Current ratio (Nationale Bank): (900.000 + 1.100.000 + 140.000 + 20.000) / (1.700.000 + 30.000) = 2.160.000 / 1.730.000 = 1,25.

  • Kortere formule: 2.220.000 / 1.700.000 = 1,31. De lening in code 29 en de overlopende rekeningen kleuren het beeld wat mooier.

  • Quick ratio: (1.100.000 + 140.000) / 1.700.000 = 0,73. Zonder voorraad te verkopen dekt het bedrijf ongeveer drie kwart van zijn kortlopende schulden.

  • Zonder de schuld aan de moeder: als de groep die 300.000 euro niet opeist, is de quick ratio 1.240.000 / 1.400.000 = 0,89. Doet ze dat wel, dan is 0,73 het echte cijfer.

De valkuilen

  • Seizoenen. De balans is een foto van één dag. Een tuincentrum dat op 31 december afsluit, toont weinig voorraad en een leeg orderboek; in maart ziet hetzelfde bedrijf er heel anders uit.

  • Schulden binnen de groep. Kortlopende schulden aan een moeder- of zustervennootschap tellen in 42/48 mee zoals elke andere schuld, ook al rolt de groep ze vaak gewoon door. Alleen het volledig model splitst ze uit: toelichting 6.15 toont de vorderingen op verbonden ondernemingen op hoogstens één jaar (9311) en de schulden aan hen op hoogstens één jaar (9371). In het verkort en het micromodel zie je die opsplitsing niet.

  • Cash pooling. In een cash pool wordt het geld van een dochter naar een centrale rekening van de groep overgeboekt. De eigen liquide middelen (54/58) staan dan soms bijna op nul, terwijl het geld als vordering op of schuld aan de groep in de balans zit. Een lage kaspositie bij een groepsvennootschap zegt weinig zolang je niet weet hoe de pool werkt en hoe sterk de groep is.

  • Langlopende schulden die vervallen. Code 42 is het deel van de langlopende leningen dat binnen het jaar vervalt. Een lening die in één keer wordt terugbetaald, kan de ratio één jaar onder 1 duwen; meestal wijst dat op een herfinanciering, niet op problemen.

  • Kwaliteit van de voorraad. Voorraad staat tegen kostprijs in de balans, niet tegen wat hij vandaag opbrengt. Waardeverminderingen op voorraden (631/4 in de resultatenrekening) verraden trage lopers.

  • Ouderdom. Een jaarrekening mag tot zeven maanden na het einde van het boekjaar neergelegd worden. Een Belgische jaarrekening opzoeken toont waar je de recentste vindt.

Waar een leverancier naar kijkt

Voor je levert op 30 of 60 dagen, controleer je in deze volgorde:

  1. De quick ratio over meerdere jaren, niet alleen het laatste.

  2. Liquide middelen (54/58) tegenover kortlopende financiële schulden (43). Een bedrijf dat zijn dagelijkse werking op een kaskrediet draait, heeft weinig ruimte als de bank de kraan dichtdraait.

  3. Handelsschulden (44) tegenover het balanstotaal. Handelsschulden die sneller groeien dan het bedrijf, wijzen erop dat het zich financiert op zijn leveranciers, dus op jou.

  4. Vervallen belasting- en RSZ-schulden. Alle drie de modellen vermelden in de toelichting de vervallen belastingschulden (9072) en de vervallen schulden aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (9076). Elk bedrag daar verdient een vraag.

  5. Je eigen betaalervaring. Een klant die later begint te betalen, is het meest actuele signaal dat je hebt; kredietbeheer en DSO legt uit hoe je dat opvolgt. Het bredere patroon van waarschuwingssignalen staat in een klant in financiële moeilijkheden herkennen.

Liquiditeit, werkkapitaal en solvabiliteit

De current ratio heeft een tegenhanger in euro: het netto bedrijfskapitaal, vlottende activa min kortlopende schulden. Een ratio van 1,25 kan op 50.000 euro of op 5 miljoen euro buffer slaan, dus lees beide; werkkapitaal in de Belgische jaarrekening legt de berekening en de werkkapitaalbehoefte uit. Liquiditeit gaat over de komende twaalf maanden. Solvabiliteit, het eigen vermogen tegenover het balanstotaal, gaat over de vraag of het bedrijf over meerdere jaren een verlies kan opvangen; een liquide bedrijf met negatief eigen vermogen en een illiquide bedrijf met een stevig eigen vermogen zijn verschillende risico's. De solvabiliteitsratio behandelt die kant.

Vier jaar liquiditeit in één oogopslag

Twee ratio's met de hand berekenen lukt voor één bedrijf, niet voor elke klant in je debiteurenlijst. Bizzy toont op het tabblad Financials van elke Belgische juridische entiteit een liquiditeitsblok op basis van de jaarrekeningen die bij de Nationale Bank zijn neergelegd: liquide middelen, netto bedrijfskapitaal, current ratio en quick ratio over vier jaar, met de evolutie van jaar tot jaar en de neergelegde pdf per jaar, zodat je de bronrubrieken zelf kunt nakijken. Je kunt gratis starten; de abonnementen staan op de prijspagina.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen de current ratio en de quick ratio? De quick ratio laat de voorraden (code 3) en de overlopende rekeningen weg en telt dus alleen vorderingen, geldbeleggingen en liquide middelen tegenover de kortlopende schulden. Het is de strengere test.

Is de acid test hetzelfde als de quick ratio? Ja. Acid test, quick ratio en liquiditeit in enge zin zijn drie namen voor dezelfde ratio.

Kan ik de liquiditeit berekenen voor een microvennootschap? Ja. Alle codes die je nodig hebt (3, 40/41, 50/53, 54/58, 490/1, 42/48, 492/3) staan in het micromodel. De omzet heb je niet nodig.

Wat is een goede current ratio? Onder 1 zijn de kortlopende schulden groter dan de vlottende activa. Daarboven bestaat er geen officiële grens; vergelijk met de sector en met de vorige jaren van hetzelfde bedrijf.

  • Foto: de Maas in Hoei met de collegiale kerk en het fort, Michielverbeek, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Bekijk de liquiditeit van elk bedrijf

Vier jaar liquide middelen, netto bedrijfskapitaal, current ratio en quick ratio per juridische entiteit, uit de neergelegde jaarrekening.

Bekijk de liquiditeit van elk bedrijf

Vier jaar liquide middelen, netto bedrijfskapitaal, current ratio en quick ratio per juridische entiteit, uit de neergelegde jaarrekening.