De resultatenrekening lijn per lijn: van bedrijfsresultaat tot nettowinst
Tips
Het korte antwoord
De Belgische resultatenrekening volgt vaste stappen, elk met een code van de Nationale Bank. Bedrijfsopbrengsten (70/76A) min bedrijfskosten (60/66A) geven het bedrijfsresultaat, code 9901. Kleine en microvennootschappen vertrekken van de brutomarge (9900), en de omzet is bij hen een facultatieve vermelding. Tel de financiële opbrengsten (75/76B) op, trek de financiële kosten (65/66B) af en je komt bij de winst vóór belasting (9903). Na de belastingen op het resultaat (67/77) en de uitgestelde belastingen (680, 780) volgt de winst van het boekjaar, code 9904: de nettowinst. Na overboekingen naar of onttrekkingen aan de belastingvrije reserves krijg je de te bestemmen winst (9905), die de algemene vergadering verdeelt over reserves, dividend en overgedragen winst. Sinds 2016 bestaat er geen apart blok uitzonderlijke resultaten meer: eenmalige posten zitten als niet-recurrente opbrengsten en kosten in het bedrijfs- of financieel resultaat.
De codes komen uit de huidige standaardmodellen van de Nationale Bank (release 2021, met en zonder kapitaal), artikel 3:90 van het koninklijk besluit van 29 april 2019, de NBB-handleiding bij de statistieken 2016 en CBN-advies 2016/24, allemaal gelezen op 1 oktober 2026. Dit is algemene informatie, geen boekhoudkundig of fiscaal advies.
De resultatenrekening lijn per lijn
Het verkort en het micromodel vatten de eerste lijnen samen in de brutomarge en behouden de rest.
Stap | Code | Volledig model | Verkort en micro |
|---|---|---|---|
Bedrijfsopbrengsten | 70/76A | Omzet (70), voorraadwijziging (71), geproduceerde vaste activa (72), andere (74), niet-recurrent (76A) | Geen totaal |
Brutomarge | 9900 | Geen lijn | Eerste lijn, met 76A als "waarvan"; omzet (70) en aankopen (60/61) facultatief |
Bedrijfskosten | 60/66A | Aankopen (60, 61), personeel (62), afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (630 tot 635/8), andere (640/8, 649), niet-recurrent (66A) | Dezelfde lijnen van 62 tot 66A |
Bedrijfsresultaat | 9901 | Ja | Ja |
Financiële opbrengsten | 75/76B | Recurrent (750, 751, 752/9) en niet-recurrent (76B) | Recurrent (75) en niet-recurrent (76B) |
Financiële kosten | 65/66B | Recurrent (650, 651, 652/9) en niet-recurrent (66B) | Recurrent (65) en niet-recurrent (66B) |
Winst vóór belasting | 9903 | Ja | Ja |
Uitgestelde belastingen en belastingen op het resultaat | 780, 680, 67/77 | 670/3 en 77 apart | Eén totaal, 67/77 |
Winst van het boekjaar | 9904 | Ja | Ja |
Te bestemmen winst van het boekjaar | 9905 | Ja | Ja |
Bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten
Artikel 3:90 van het koninklijk besluit omschrijft elke lijn. Omzet (70) is de verkoop van goederen en diensten aan derden in de gewone bedrijfsuitoefening, na handelskortingen en zonder btw. Andere bedrijfsopbrengsten (74) zijn bedrijfsontvangsten die geen verkoop zijn, zoals exploitatiesubsidies. Onder diensten en diverse goederen (61) vallen ook uitzendkrachten en bestuurders of zaakvoerders die niet onder een arbeidsovereenkomst worden betaald, zodat die kosten nooit bij de personeelskosten (62) terechtkomen.
Het verkort en het micromodel vervangen de top van dit blok door de brutomarge (70, 71, 72, 74 en 76A min 60 en 61); zie de brutomarge in de jaarrekening.
Bedrijfsresultaat (9901)
Code 9901, bedrijfswinst of bedrijfsverlies, is wat het bedrijf verdient vóór financiering en belastingen. Twee aandachtspunten:
Er zitten eenmalige posten in. Een meerwaarde op de verkoop van een gebouw staat in 76A en dus in 9901. De Nationale Bank rekent haar eigen nettoverkoopmarge daarom op 9901 min 76A plus 66A, gedeeld door de omzet, en alleen als die omzet is ingevuld.
Het is na afschrijvingen. Tel 630, 631/4 en 635/8 erbij en je hebt de EBITDA; EBITDA berekenen uit de Belgische jaarrekening legt de formule en de varianten uit.
Financieel resultaat, belastingen en nettowinst
Het financieel resultaat heeft geen eigen code: het is financiële opbrengsten (75/76B) min financiële kosten (65/66B). De recurrente kosten bevatten de kosten van schulden (650) en andere financiële kosten (652/9); niet-recurrente posten (76B, 66B) zijn bijvoorbeeld meer- of minderwaarden op de verkoop van financiële vaste activa.
De winst vóór belasting (9903) gaat dan omlaag met de belastingen op het resultaat (67/77), inclusief voorafbetalingen, buitenlandse winstbelastingen en correcties voor vorige jaren. Wat overblijft is de winst of het verlies van het boekjaar (9904), de nettowinst. Voor de rendabiliteit van het eigen vermogen deelt de Nationale Bank 9904 door het eigen vermogen (10/15); de rendabiliteitsratio's en ROE werken dat uit.
Onder 9904 staan de overboeking naar (689) en de onttrekking aan (789) de belastingvrije reserves: meerwaarden en winsten die alleen vrijgesteld blijven zolang ze in de vennootschap blijven. Zo kom je bij de te bestemmen winst van het boekjaar (9905).
De resultaatverwerking
De resultaatverwerking vertrekt van de te bestemmen winst (9906): de 9905 van het jaar plus de overgedragen winst of het overgedragen verlies van vorig jaar (14P).
Lijn | Code |
|---|---|
Onttrekking aan het eigen vermogen | 791/2 |
Toevoeging aan het eigen vermogen: inbreng of kapitaal, wettelijke reserve, overige reserves | 691, 6920, 6921 |
Over te dragen winst of verlies | (14) |
Tussenkomst van de vennoten in het verlies | 794 |
Uit te keren winst: vergoeding van de inbreng (dividend), bestuurders, werknemers, andere rechthebbenden | 694, 695, 696, 697 |
Het over te dragen bedrag komt terecht in code 14 van de balans, binnen het eigen vermogen; de Belgische balans toont waar. De lijn wettelijke reserve telt vooral voor een nv: artikel 7:211 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen verplicht haar jaarlijks minstens een twintigste van de nettowinst te reserveren tot de reserve een tiende van het kapitaal bereikt. Het hoofdstuk over de bv bevat zo'n regel niet.
Wat er veranderde in 2016 en 2019
2016: geen uitzonderlijke resultaten meer. Het koninklijk besluit van 18 december 2015, dat de Europese richtlijn 2013/34 omzette, hertekende de modellen voor boekjaren die aanvangen na 31 december 2015 en voerde het micromodel in. De oude resultatenrekening had een lijn winst uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting (9902), gevolgd door uitzonderlijke opbrengsten (76) en uitzonderlijke kosten (66). Die drie zijn verdwenen. Zoals CBN-advies 2016/24 uitlegt, worden zulke posten nu volgens hun aard geboekt als niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en -kosten (76A, 66A) of niet-recurrente financiële opbrengsten en kosten (76B, 66B). Het bedrijfsresultaat en de brutomarge bevatten dus eenmalige posten die er vroeger buiten bleven, en de Nationale Bank behandelt 2016 als een breuk in haar statistieken: vergelijk 9901 over 2015 en 2016 met voorzichtigheid.
2019: modellen voor het WVV. Aparte modellen voor vennootschappen met en zonder kapitaal gelden voor boekjaren die eindigen na 31 december 2019, en voor vennootschappen die na 30 april 2019 werden opgericht of vroeger voor het WVV kozen. De codes van de resultatenrekening bleven dezelfde; in de resultaatverwerking van de kapitaalloze modellen, die de bv gebruikt, is sprake van inbreng.
Volledig, verkort en micro vergeleken
Kenmerk | Volledig | Verkort | Micro |
|---|---|---|---|
Begint met | Bedrijfsopbrengsten (70/76A) | Brutomarge (9900) | Brutomarge (9900) |
Omzet (70) | Verplicht | Facultatief | Facultatief |
Aankopen (60, 61) | Aparte lijnen | Eén facultatieve lijn, 60/61 | Eén facultatieve lijn, 60/61 |
Financiële posten | Gedetailleerde sublijnen | Totalen per soort | Totalen per soort |
Toelichting bij het resultaat | Omzet per activiteit en markt, personeel, financiële en niet-recurrente details, belastingen | Gemiddeld aantal VTE, niet-recurrente posten, geactiveerde interesten | Geen |
Vanaf het bedrijfsresultaat delen de drie modellen dezelfde hoofdcodes. Welk model een vennootschap mag gebruiken, hangt af van haar omvang; de Belgische kmo-definities geven de drempels, en een Belgische jaarrekening lezen behandelt de rest van de neerlegging.
Een uitgewerkt voorbeeld
Een fictieve Gentse groothandel, een bv, legt het verkort model neer zonder omzet.
Lijn | Code | Bedrag (euro) |
|---|---|---|
Brutomarge | 9900 | 1.240.000 |
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 62 | 820.000 |
Afschrijvingen | 630 | 100.000 |
Andere bedrijfskosten | 640/8 | 20.000 |
Bedrijfswinst | 9901 | 300.000 |
Financiële opbrengsten | 75/76B | 4.000 |
Financiële kosten | 65/66B | 34.000 |
Winst vóór belasting | 9903 | 270.000 |
Belastingen op het resultaat | 67/77 | 66.000 |
Winst van het boekjaar | 9904 | 204.000 |
Overgedragen winst van vorig boekjaar | 14P | 150.000 |
Te bestemmen winst | 9906 | 354.000 |
Overige reserves | 6921 | 50.000 |
Vergoeding van de inbreng (dividend) | 694 | 100.000 |
Over te dragen winst | (14) | 204.000 |
De personeelskosten nemen 66% van de brutomarge, het financieel resultaat kost 30.000 euro en de nettowinst is 16,5% van de brutomarge. Met een eigen vermogen van 1,1 miljoen euro is de rendabiliteit van het eigen vermogen 18,5%. Een nettomarge op de omzet kun je niet berekenen, want de omzet is niet ingevuld.
Eén resultatenrekening lees je snel; vier jaar voor een lijst bedrijven niet. Het tabblad Financials van elke Belgische juridische entiteit in Bizzy heeft een blok rendabiliteit met omzet waar die is neergelegd, brutomarge, EBITDA, EBIT en nettowinst, telkens als bedrag en als percentage, voor vier boekjaren met de evolutie per jaar. Ernaast staat de neergelegde pdf per jaar, zodat je elk cijfer aan de bronlijn kunt toetsen. Alles komt uit de jaarrekeningen die bij de Nationale Bank zijn neergelegd. Je kunt gratis starten; de plannen staan op de prijspagina.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen bedrijfsresultaat en nettowinst? Het bedrijfsresultaat (9901) is de winst uit de activiteit. De nettowinst, de winst van het boekjaar (9904), komt na het financieel resultaat en de belastingen.
Waar staan de uitzonderlijke resultaten in een Belgische jaarrekening? Sinds de boekjaren die aanvangen na 31 december 2015 worden eenmalige posten geboekt als niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en -kosten (76A, 66A) of niet-recurrente financiële opbrengsten en kosten (76B, 66B).
Waarom begint de resultatenrekening van een kleine vennootschap met de brutomarge? Kleine en microvennootschappen mogen het verkort of micromodel gebruiken, dat opent met de brutomarge (9900). De omzet is daar een facultatieve vermelding.
Is de winst van het boekjaar hetzelfde als de te bestemmen winst? Niet altijd. Code 9905 is 9904 na overboekingen naar en onttrekkingen aan de belastingvrije reserves. Code 9906 telt daar de overgedragen winst of het overgedragen verlies van vorig jaar bij op.
Foto: de Sint-Quintinuskathedraal in Hasselt, Torsade de Pointes, CC0, via Wikimedia Commons