Rentabiliteit berekenen: rendement op eigen vermogen, ROA en marges uit de jaarrekening
Tips
Het korte antwoord
Het rendement op eigen vermogen (ROE) is de winst van het boekjaar gedeeld door het eigen vermogen: in de Belgische jaarrekening code 9904 gedeeld door code 10/15, maal 100. Het rendement op activa (ROA) deelt de winst door het totaal der activa (code 20/58); de Nationale Bank telt in haar eigen versie de kosten van schulden en de belastingen weer op, zodat financiering en belastingen het beeld niet vertekenen. Beide werken op elk neerleggingsmodel. Voor de marges heb je de omzet (code 70) nodig: de nettomarge is 9904 gedeeld door 70, de EBITDA-marge is 9901 plus 630, 631/4 en 635/8 gedeeld door 70, en de brutomargeratio is 9900 gedeeld door 70. Kleine en microvennootschappen mogen de omzet weglaten, en veel doen dat. Daar bereken je ROE en ROA, en druk je de winst uit als aandeel van de brutomarge.
De codes en definities hieronder komen uit de ratiodefinities voor ondernemingen van de Nationale Bank van België en haar huidige standaardmodellen, gelezen op 1 oktober 2026. Dit is algemene informatie, geen boekhoudkundig of financieel advies.
De rentabiliteitsratio's op een rij
Ratio | Formule in Belgische codes | Omzet nodig? | Wat het zegt |
|---|---|---|---|
Rendement op eigen vermogen (ROE) | 9904 / 10/15 × 100 | Nee | Wat de aandeelhouders verdienen op hun geld |
Rendement op activa (ROA), eenvoudig | 9904 / 20/58 × 100 | Nee | Wat alle activa opbrengen na interesten en belastingen |
Rendement op activa, versie Nationale Bank | (9904 + kosten van schulden + belastingen) / 20/58 × 100 | Nee | Wat de activa opbrengen vóór financiering en belastingen |
Nettomarge | 9904 / 70 × 100 | Ja | Winst per euro omzet |
EBITDA-marge | (9901 + 630 + 631/4 + 635/8) / 70 × 100 | Ja | Operationele kaswinst per euro omzet |
Brutomargeratio | 9900 / 70 × 100 | Ja | Wat overblijft na de leveranciers |
De winst van het boekjaar (9904), het eigen vermogen (10/15) en het totaal der activa (20/58) staan in alle drie de modellen (volledig, verkort en micro). De omzet (70) is het probleem: in het verkort en het micromodel is dat een facultatieve vermelding. Waar elke rubriek staat, lees je in de Belgische resultatenrekening lezen.
Rendement op eigen vermogen (ROE)
De Nationale Bank noemt het de nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belasting en definieert het op elk model op dezelfde manier:
ROE = winst (verlies) van het boekjaar (9904) / eigen vermogen (10/15) × 100
Het eigen vermogen (10/15) omvat inbreng en kapitaal, herwaarderingsmeerwaarden, reserves, overgedragen winst of verlies en kapitaalsubsidies; wat elk onderdeel betekent, staat in eigen vermogen in de Belgische jaarrekening. Drie details bepalen hoe je het resultaat leest:
Eigen vermogen op balansdatum, na winstverdeling. De Belgische balans wordt opgesteld na de bestemming van het resultaat, dus een uit te keren dividend heeft het eigen vermogen al verlaten. Een bedrijf dat elk jaar uitkeert, houdt zijn ROE hoog; een bedrijf dat alles reserveert, ziet zijn ROE dalen naarmate het eigen vermogen groeit.
Negatief of heel klein eigen vermogen. Bij een negatief eigen vermogen zegt de ratio niets, en de Nationale Bank laat zulke bedrijven buiten haar spreidingscijfers per onderneming. Bij een heel klein eigen vermogen geeft een bescheiden winst een spectaculaire ROE.
Twaalf maanden. De Nationale Bank herleidt de winst van een langer of korter boekjaar naar twaalf maanden in haar cijfers per onderneming. Doe dat ook bij een eerste boekjaar van achttien maanden.
Rendement op activa (ROA)
De eenvoudige versie, 9904 gedeeld door het totaal der activa (20/58), heeft een zwak punt: twee identieke bedrijven, het ene gefinancierd met schulden en het andere met eigen middelen, scoren anders omdat de interesten al zijn afgetrokken.
De Nationale Bank gebruikt daarom de nettorendabiliteit van het totaal der activa vóór belasting en kosten van schulden. In het verkort en het micromodel:
ROA (Nationale Bank) = (9904 + recurrente financiële kosten 65 + belastingen op het resultaat 67/77) / 20/58 × 100
In het volledig model telt ze alleen de kosten van schulden op (650 en 653), neemt ze de belastingen van het boekjaar (9134) en trekt ze interestsubsidies af (9126).
Marges op de omzet
Een marge deelt een winstcijfer door de omzet, zodat je bedrijven van verschillende grootte binnen dezelfde activiteit kunt vergelijken:
Nettomarge: 9904 / 70. Alles is afgetrokken: kosten, afschrijvingen, interesten en belastingen.
EBITDA-marge: (9901 + 630 + 631/4 + 635/8) / 70. De bedrijfswinst met de niet-kaskosten weer opgeteld; de volledige methode staat in EBITDA berekenen uit de Belgische jaarrekening.
Brutomargeratio: 9900 / 70. De Belgische brutomarge is omzet en andere bedrijfsopbrengsten min aangekochte goederen en diensten, vóór personeelskosten, en dus niet de gross profit uit Angelsaksische handboeken. Brutomarge in de jaarrekening legt uit wat er in code 9900 zit en hoe je ze opnieuw samenstelt uit een volledig model, dat geen rubriek 9900 heeft.
De marges van de Nationale Bank zelf zijn operationeel, niet netto. Haar nettoverkoopmarge is de recurrente bedrijfswinst (9901 min 76A plus 66A) gedeeld door de omzet; haar brutoverkoopmarge telt daar 630, 631/4 en 635/8 bij op. Ze berekent beide alleen als de omzet is ingevuld.
Waarom kleine bedrijven geen omzetratio's hebben
Kleine vennootschappen mogen het verkort model neerleggen, microvennootschappen het micromodel. In beide begint de resultatenrekening bij de brutomarge (9900) en is de omzet (70) facultatief. Laat het bedrijf die leeg, dan kan niemand een marge op de omzet berekenen: jij niet, de Nationale Bank niet, geen enkele dataleverancier. Wat overblijft:
ROE en ROA werken volledig: alle bouwstenen staan in elk model.
Winst als aandeel van de brutomarge. Deel de EBITDA, de bedrijfswinst of de nettowinst door de recurrente brutomarge (9900 min 76A). Vergelijk dat alleen binnen dezelfde activiteit en met de vorige jaren van hetzelfde bedrijf.
Trends. Een nettowinst die vier jaar stijgt, zegt meer dan één marge.
DuPont in het kort
De DuPont-analyse splitst de ROE in drie ratio's die vermenigvuldigd weer de ROE geven:
ROE = nettomarge (9904 / 70) × omloopsnelheid van de activa (70 / 20/58) × hefboom (20/58 / 10/15)
Zo zie je waar een hoge ROE vandaan komt: een dikke marge, activa die snel omlopen, of weinig eigen vermogen en veel schulden. De eerste twee zeggen iets over de kwaliteit van het bedrijf, de derde over het risico. De volledige opsplitsing vraagt de omzet; zonder omzet splits je de ROE in ROA maal de hefboom.
Een uitgewerkt voorbeeld
Een fictieve Gentse groothandel legt het verkort model neer en vermeldt zijn omzet vrijwillig. Voor een echt bedrijf zoek je eerst de jaarrekening op in Consult van de Nationale Bank.
Rubriek | Code | Bedrag |
|---|---|---|
Omzet | 70 | €6.000.000 |
Brutomarge (geen niet-recurrente opbrengsten) | 9900 | €1.500.000 |
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 62 | €900.000 |
Afschrijvingen en waardeverminderingen op vaste activa | 630 | €150.000 |
Waardeverminderingen op voorraden en handelsvorderingen | 631/4 | €10.000 |
Andere bedrijfskosten | 640/8 | €40.000 |
Bedrijfswinst | 9901 | €400.000 |
Recurrente financiële opbrengsten / kosten | 75 / 65 | €5.000 / €45.000 |
Winst vóór belasting | 9903 | €360.000 |
Belastingen op het resultaat | 67/77 | €90.000 |
Winst van het boekjaar | 9904 | €270.000 |
Eigen vermogen | 10/15 | €1.200.000 |
Totaal der activa | 20/58 | €3.000.000 |
ROE: 270.000 / 1.200.000 = 22,5%.
ROA, eenvoudig: 270.000 / 3.000.000 = 9,0%. Versie Nationale Bank: (270.000 + 45.000 + 90.000) / 3.000.000 = 13,5%.
Nettomarge: 270.000 / 6.000.000 = 4,5%. EBITDA-marge: (400.000 + 150.000 + 10.000) / 6.000.000 = 9,3%. Brutomargeratio: 1.500.000 / 6.000.000 = 25,0%.
DuPont: 4,5% × omloopsnelheid 2,0 × hefboom 2,5 = 22,5%, dezelfde ROE.
Zonder omzet: de nettowinst is 18% van de brutomarge (270.000 / 1.500.000), en ROE en ROA blijven precies zoals hierboven.
Neem nu een concurrent met dezelfde omzet, marge en activa, maar met maar €600.000 eigen vermogen: de hefboom wordt 5,0 en de ROE 45%. Hetzelfde bedrijf, een dubbele ROE, volledig dankzij schulden.
Wat rentabiliteitsratio's niet vertellen
Eenmalige posten. Een meerwaarde op de verkoop van een gebouw staat bij de niet-recurrente opbrengsten (76A, 76B) en blaast een jaar lang elke ratio op.
Het loon van de zaakvoerder. Een zaakvoerder die via een managementvennootschap of nauwelijks betaald wordt, verschuift de winst zonder dat het bedrijf verandert.
Ouderdom. De jaarrekening wordt tot zeven maanden na het einde van het boekjaar neergelegd.
Solvabiliteit en liquiditeit. Een rendabel bedrijf kan toch zonder cash vallen. De financiële gezondheidscheck zet rentabiliteit naast solvabiliteit en liquiditeit.
Met de hand kost dit enkele minuten per bedrijf, en dat schaalt niet naar een lijst prospects of klanten. Bizzy toont op het tabblad Financials van elke Belgische juridische entiteit een blok rentabiliteit met vier jaar cijfers uit de jaarrekeningen die bij de Nationale Bank zijn neergelegd: omzet waar die is ingevuld, brutomarge, EBITDA, EBIT en nettowinst, telkens als bedrag en als percentage, met de neergelegde pdf per jaar. Eigen vermogen en totaal der activa staan in het blok solvabiliteit op hetzelfde tabblad, dus ROE en ROA zijn één deling verwijderd. Je kunt gratis starten; de plannen staan op de prijspagina.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je het rendement op eigen vermogen uit de jaarrekening? Deel de winst van het boekjaar (code 9904) door het eigen vermogen (code 10/15) en vermenigvuldig met 100. Beide rubrieken staan in het volledig, het verkort en het micromodel.
Wat is een goed rendement op eigen vermogen? Daar bestaat geen algemene grens voor. Vergelijk met bedrijven met dezelfde activiteit over meerdere jaren, en kijk na of een hoge ROE niet uit een dun eigen vermogen komt.
Kan ik de nettomarge van een kleine Belgische vennootschap berekenen? Alleen als ze haar omzet (code 70) vrijwillig vermeldt. Anders gebruik je ROE, ROA en de winst als aandeel van de brutomarge (9900).
Wat is het verschil tussen rentabiliteit en rendabiliteit? Geen: beide woorden worden door elkaar gebruikt, de Nationale Bank spreekt van rendabiliteit. Wat wel verschilt, is de noemer: ROE meet de winst tegenover het eigen vermogen, ROA tegenover alle activa. Het verschil tussen beide komt van de schulden.
Foto: de Grote Markt van Veurne, Trougnouf (Benoit Brummer), CC BY 4.0, via Wikimedia Commons