Er bestaat geen enkele Belgische kmo-definitie. Er zijn er minstens drie in actief gebruik, ze hanteren andere drempels, en een bedrijf kan vlot kmo zijn onder de ene en niet onder de andere.
Dat is geen spitsvondigheid. Het bepaalt of een bedrijf subsidies kan krijgen, welke jaarrekening het moet publiceren, en hoeveel je erover te weten komt.

Wat je moet onthouden
De Europese definitie stuurt subsidies en staatssteun: minder dan 250 werkzame personen, jaaromzet tot €50 miljoen of balanstotaal tot €43 miljoen.
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) bepaalt welke jaarrekening een vennootschap neerlegt: klein is 50 werknemers / €11,25 miljoen omzet / €6 miljoen balanstotaal.
De btw gebruikt "kleine onderneming" voor iets heel anders: een vrijstellingsregeling met een omzetplafond van €25.000.
De fiscale wetgeving legt geen eigen drempels op; voor het begrip "kleine vennootschap" verwijst ze naar artikel 1:24 WVV.
In de Europese definitie is de personeelsvoorwaarde altijd bindend. Het WVV laat je één criterium van de drie overschrijden.
1. De Europese definitie (voor subsidies en staatssteun)
Dit is wat de meeste mensen in België bedoelen met "kmo" (kleine of middelgrote onderneming). Ze komt uit Aanbeveling 2003/361/EG en kent drie categorieën:
Categorie | Werkzame personen | Jaaromzet | Balanstotaal |
Micro | < 10 | ≤ €2 mln | ≤ €2 mln |
Klein | < 50 | ≤ €10 mln | ≤ €10 mln |
Middelgroot | < 250 | ≤ €50 mln | ≤ €43 mln |
Twee regels zijn belangrijk. De personeelsvoorwaarde is verplicht. Je moet eronder blijven. Voor de financiële plafonds mag je omzet of balanstotaal gebruiken, wat het best uitkomt.
Vlaanderen past dit kader toe via artikel 3 van het Decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, dat dezelfde categorieën overneemt en de onafhankelijkheidstoets laat verlopen via bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (EU) nr. 651/2014.
Die onafhankelijkheidstoets zorgt voor de meeste verrassingen. Een kleine Belgische vennootschap in handen van een grote groep wordt samen met haar verbonden en partnerondernemingen beoordeeld, niet op haar eigen cijfers. Een Belgische dochter met twintig medewerkers binnen een groot internationaal concern is doorgaans géén kmo voor subsidies, hoe klein ze op haar eigen jaarrekening ook oogt.
2. De WVV-groottecriteria (voor de jaarrekening)
Het Belgische vennootschapsrecht hanteert compleet andere drempels, en die bepalen welk van de drie jaarrekeningmodellen een vennootschap moet publiceren. Voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2024:
Criterium | Microvennootschap (art. 1:25) | Kleine vennootschap (art. 1:24) |
Jaargemiddelde personeelsbestand | 10 | 50 |
Jaarlijkse netto-omzet excl. btw | €900.000 | €11.250.000 |
Balanstotaal | €450.000 | €6.000.000 |
Hier werkt de logica net omgekeerd aan de Europese toets: een vennootschap kwalificeert zolang ze niet meer dan één van de drie criteria overschrijdt. Worden er meer overschreden, dan heeft dat pas gevolgen als het zich in twee opeenvolgende boekjaren voordoet.
Een microvennootschap mag bovendien geen moeder- of dochtervennootschap zijn.

Deze bedragen gingen recent omhoog. De omzet- en balansplafonds werden verhoogd door de wet van 28 maart 2024 (BS 29 maart 2024), die Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2023/2775 omzet. De personeelscriteria bleven ongewijzigd. De consistentieregel van twee opeenvolgende boekjaren werd eenmalig opgeschort voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2023, zodat de nieuwe cijfers meteen konden gelden.
Het gevolg is publiek zichtbaar: microvennootschappen leggen het micromodel neer, kleine vennootschappen het verkorte model, de rest het volledige model. Welk model een bedrijf neerlegde, is een van de eerste dingen die je bij een Belgische prospect nakijkt. Zie het Belgische ondernemingsregister uitgelegd. En op het verkorte en het micromodel moet de omzet niet worden vermeld. Daarom ontbreekt de omzet van een Belgisch bedrijf zo vaak.
3. Btw: dezelfde woorden, een andere betekenis
Ook de Belgische btw-wetgeving gebruikt "kleine onderneming", en dat heeft niets te maken met de twee definities hierboven. Het verwijst naar de vrijstellingsregeling voor ondernemingen met een jaaromzet van maximaal €25.000 exclusief btw. Een bedrijf kan tegelijk een middelgrote onderneming zijn volgens Europa, een kleine vennootschap volgens het WVV, en mijlenver boven de btw-drempel liggen.
Fiscaal: geen eigen drempels
De Belgische vennootschapsbelasting legt geen eigen groottedrempels op. Voor het begrip "kleine vennootschap" verwijst ze naar artikel 1:24 WVV, dezelfde toets die bepaalt welke jaarrekening wordt neergelegd. Het praktische gevolg is dat de vennootschapsrechtelijke definitie ook fiscale gevolgen draagt, en dat de tweejarenregel dus zwaarder weegt dan ze op het eerste gezicht lijkt.
Waar de definities botsen
Dit zijn uitgewerkte illustraties op basis van de drempels hierboven, geen rechtspraak.
Bedrijf | Europees (subsidies) | WVV (jaarrekening) |
40 werknemers, €45 mln omzet, €20 mln balanstotaal | Kmo, middelgroot, onder 250 werknemers en onder €50 mln | Groot, overschrijdt twee van de drie |
60 werknemers, €8 mln omzet, €4 mln balanstotaal | Kmo, middelgroot; het valt enkel buiten de categorie klein omdat de voorwaarde van minder dan 50 werknemers bindend is | Klein, overschrijdt slechts één criterium |
20 werknemers, €3 mln omzet, meerderheid in handen van een grote buitenlandse groep | Geen kmo, beoordeeld samen met verbonden ondernemingen | Niet micro, een microvennootschap mag geen moeder- of dochtervennootschap zijn (art. 1:25) |
Freelancer via een BV, €30.000 omzet | Micro | Microvennootschap, maar boven de btw-drempel van €25.000 |
Vooral de eerste rij verrast: een bedrijf kan kmo-subsidies krijgen en tegelijk wettelijk verplicht zijn een volledige jaarrekening te publiceren.
Een freelancer die als eenmanszaak werkt in plaats van via een vennootschap, valt helemaal buiten de WVV-toets. Natuurlijke personen zijn geen vennootschappen en leggen geen jaarrekening neer. Volgens de Europese definitie zijn ze wel gewoon ondernemingen. Dat is een vierde manier waarop de definities uiteenlopen.
Hoe die toets er bij een echt bedrijf uitziet
Silverfin, het Gentse softwarebedrijf, toont goed waarom de eigendomsstructuur hier beslist. De eigen neergelegde cijfers lezen als een comfortabele middelgrote kmo: gemiddeld 99 werknemers in het laatst neergelegde boekjaar en een omzet van €47,2 miljoen. Op die cijfers alleen valt het binnen de Europese categorie middelgroot.
Het is echter ook voor 100% in handen van Visma Belgium Holding, dat een dertigtal Belgische rechtspersonen omvat. Daarmee is het een verbonden onderneming, en wordt de Europese toets helemaal niet op de cijfers van Silverfin gedaan, maar op die van de groep. Of de groep onder de plafonds blijft, is een aparte vraag waarvoor je de geconsolideerde cijfers nodig hebt. Het punt hier is smaller: zodra eigendom in beeld komt, kan je de kmo-vraag niet meer beantwoorden vanuit de eigen jaarrekening.
Daarom telt een zicht op de groepsstructuur zwaarder dan nog een financiële ratio. Bizzy publiceert de eigendomsboom voor Belgische entiteiten: moeder, aangehouden percentage, land en de dochters eronder. Dat is net het gegeven waar deze toets op draait.
Hoe je erover denkt
De drie toetsen stellen elk een andere vraag.
De Europese definitie vraagt hoe groot is de economische groep waartoe je behoort, vandaar het gewicht van de eigendomsstructuur.
Het WVV vraagt hoeveel detail moet je publiceren, vandaar dat één overschreden criterium wordt getolereerd.
De btw vraagt ben je klein genoeg om btw-administratie over te slaan, een veel lagere lat.
Kwalificeer je Belgische bedrijven commercieel, dan is de WVV-definitie meestal de bruikbare, want dat is de enige die zichtbaar is in het openbare register. Ze bepaalt ook hoe groot een segment van echt kleine bedrijven maximaal kan zijn. Zie TAM, SAM en SOM met echte cijfers. Ze vertelt je welke jaarrekening bestaat, en dus hoeveel je over een bedrijf te weten komt vóór je het ooit spreekt.
Eén ding om op te volgen: er groeit een nieuwe categorie "small mid-cap" tussen kmo en grote onderneming. De Commissie nam Aanbeveling (EU) 2025/1099 al aan, met minder dan 750 werknemers en een omzet tot €150 miljoen of een balanstotaal tot €129 miljoen. De wetgeving die de categorie rechtsgevolg moet geven, loopt nog door Parlement en Raad, en Europarlementsleden pleiten voor hogere cijfers. Beschouw de categorie dus als onbeslist, ook al liggen de aanbevolen drempels vast.
Hoe de grootteklasse bepaalt wat een bedrijf publiceert, lees je in omzet van een Belgisch bedrijf opzoeken en hoe je een Belgische jaarrekening leest.
Veelgestelde vragen
Wat is de Europese kmo-definitie?
Minder dan 250 werkzame personen, met een jaaromzet tot €50 miljoen of een balanstotaal tot €43 miljoen. De personeelsvoorwaarde is verplicht; de twee financiële plafonds zijn alternatieven.
Wat is een "kleine vennootschap" volgens het Belgische vennootschapsrecht?
Een vennootschap die niet meer dan één van deze criteria overschrijdt: 50 werknemers jaargemiddelde, €11.250.000 netto-omzet exclusief btw, of €6.000.000 balanstotaal, voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2024.
Kan een bedrijf kmo zijn en toch een volledige jaarrekening neerleggen?
Ja. Een bedrijf met 40 werknemers en €45 miljoen omzet is middelgroot volgens de Europese definitie, maar groot volgens het WVV, en moet dus het volledige model neerleggen.
Zijn de Belgische groottecriteria gewijzigd?
Ja. De omzet- en balanscriteria stegen voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2024, via de wet van 28 maart 2024 die Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2023/2775 omzet. De personeelscriteria bleven gelijk.
Wat is een kleine onderneming voor de btw?
Een onderneming met een jaaromzet van maximaal €25.000 exclusief btw, die de btw-vrijstellingsregeling mag gebruiken. Dat staat los van de Europese en de vennootschapsrechtelijke definitie.
Geschreven door Arthur Cremers bij bizzy., dat Europese B2B-bedrijfsdata opbouwt uit officiële registers.
Bronnen
Europese Commissie: kmo-definitie (Aanbeveling 2003/361/EG)
Vlaamse Codex: Decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, art. 3
CBN/CNC: Artikel 1:24 WVV en artikel 1:25 WVV
CBN/CNC: Gevolgen verhoging groottecriteria (advies 2024/07)
Nationale Bank van België: Groottecriteria voor vennootschappen
FOD Financiën: Btw-regelingen en de vrijstelling voor kleine ondernemingen
Europees Parlement: Simplified rules for small mid-cap companies
