Balans in de Belgische jaarrekening: vaste en vlottende activa, passiva en balanstotaal

Tips

Het korte antwoord

Een Belgische balans heeft twee kanten die altijd hetzelfde totaal hebben. De activa bestaan uit oprichtingskosten (code 20), vaste activa (21/28: immateriële, materiële en financiële) en vlottende activa (29/58: vorderingen op meer dan één jaar, voorraden, vorderingen op ten hoogste één jaar, geldbeleggingen, liquide middelen en overlopende rekeningen). De passiva bestaan uit eigen vermogen (10/15), voorzieningen en uitgestelde belastingen (16) en schulden (17/49), opgesplitst in schulden op meer dan één jaar (17) en op ten hoogste één jaar (42/48). Het totaal van de activa (20/58) is het balanstotaal. Sinds 2024 is een balanstotaal boven 6 miljoen euro een van de drie criteria die een bedrijf groot kunnen maken en naar het volledig model duwen. Als verkoper kijk je vooral naar drie rubrieken: handelsvorderingen (40), liquide middelen (54/58) en schulden op korte termijn (42/48).

De codes komen uit de huidige standaardmodellen voor vennootschappen en de ratiodefinities van de Nationale Bank, de drempels van de pagina over de groottecriteria van de Nationale Bank, gelezen op 1 oktober 2026. Dit is algemene informatie, geen boekhoudkundig of financieel advies.

Activa en passiva in één oogopslag

De Belgische balans wordt neergelegd "na winstverdeling": het resultaat van het jaar is al verdeeld over reserves, overgedragen winst en een eventueel dividend. De rubrieken en codes zijn dezelfde in het volledig, verkort en micromodel; de kleinere modellen laten alleen enkele onderverdelingen weg.

Activa

Code

Passiva

Code

Oprichtingskosten

20

Eigen vermogen

10/15

Vaste activa

21/28

Voorzieningen en uitgestelde belastingen

16

Vlottende activa

29/58

Schulden

17/49

Totaal van de activa

20/58

Totaal van de passiva

10/49

Vaste activa (21/28)

Vaste activa houdt een bedrijf langer dan een jaar en gebruikt het voor zijn activiteit. De oprichtingskosten (20) staan er net boven, maar tellen niet mee in het totaal 21/28.

  • Immateriële vaste activa (21): ontwikkelingskosten, concessies, octrooien en licenties, goodwill.

  • Materiële vaste activa (22/27): terreinen en gebouwen (22), installaties, machines en uitrusting (23), meubilair en rollend materieel (24), leasing en soortgelijke rechten (25), overige materiële vaste activa (26), activa in aanbouw en vooruitbetalingen (27).

  • Financiële vaste activa (28): deelnemingen in en vorderingen op andere vennootschappen; het volledig model splitst ze in verbonden ondernemingen (280/1), ondernemingen met een deelnemingsverhouding (282/3) en andere (284/8). Een grote rubriek 28 wijst meestal op een holding of een groepsstructuur.

Vlottende activa (29/58)

Vlottende activa worden in de normale bedrijfscyclus omgezet in geld.

Rubriek

Code

Wat erin zit

Vorderingen op meer dan één jaar

29

Handelsvorderingen (290) en overige vorderingen (291) die niet binnen het jaar vervallen

Voorraden en bestellingen in uitvoering

3

Voorraden (30/36) en bestellingen in uitvoering (37)

Vorderingen op ten hoogste één jaar

40/41

Handelsvorderingen (40), overige vorderingen (41)

Geldbeleggingen

50/53

Eigen aandelen (50) en overige beleggingen (51/53)

Liquide middelen

54/58

Banktegoeden en kas

Overlopende rekeningen

490/1

Vooraf betaalde kosten, verworven opbrengsten die nog niet gefactureerd zijn

Code 29 hoort bij de vlottende activa, maar de Nationale Bank laat ze buiten haar liquiditeitsratio's omdat ze niet binnen het jaar vervalt. De liquiditeitsratio's in de Belgische jaarrekening tonen precies welke codes meetellen.

Eigen vermogen (10/15) en voorzieningen (16)

Het eigen vermogen is wat de aandeelhouders toekomt: inbreng (10/11, opgesplitst in kapitaal 10 en inbreng buiten kapitaal 11), herwaarderingsmeerwaarden (12), reserves (13), overgedragen winst of verlies (14) en kapitaalsubsidies (15). Een voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief (19) gaat ervan af. Wat elke rubriek betekent sinds het WVV van 2019, en waarom een bv geen kapitaal meer heeft, lees je in het eigen vermogen in de Belgische jaarrekening.

Voorzieningen en uitgestelde belastingen (16) dekken gekende toekomstige kosten waarvan het bedrag onzeker is, zoals pensioenen (160), grote herstellings- en onderhoudswerken (162) of overige risico's (164/5), plus uitgestelde belastingen (168). Ze zijn geen eigen vermogen en geen schuld.

Schulden op meer en op ten hoogste één jaar (17 en 42/48)

Schulden (17/49) worden ingedeeld volgens hun vervaldag, niet volgens de schuldeiser.

  • Schulden op meer dan één jaar (17): financiële schulden zoals bankleningen en leasing (170/4), handelsschulden (175), ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen (176) en overige schulden (178/9).

  • Schulden op ten hoogste één jaar (42/48): het deel van langlopende schulden dat binnen het jaar vervalt (42), financiële schulden op korte termijn (43), handelsschulden aan leveranciers (44), ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen (46), schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten (45) en overige schulden (47/48).

  • Overlopende rekeningen (492/3): toe te rekenen kosten die nog niet gefactureerd zijn, opbrengsten die al vooraf gefactureerd zijn.

Code 42 mis je makkelijk: bij elke jaarafsluiting schuiven de aflossingen van het volgende jaar op een lange lening van 17 naar 42, dus de kortetermijnschulden stijgen zonder dat er nieuw geleend is.

Het balanstotaal en de groottecriteria

Het balanstotaal is het totaal van de activa, code 20/58, dat altijd gelijk is aan het totaal van de passiva, 10/49. Het is een van de drie criteria in de artikelen 1:24 en 1:25 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV), naast het gemiddeld personeelsbestand en de omzet exclusief btw. Voor boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2024:

Criterium

Micro (micromodel)

Klein (verkort model)

Gemiddeld personeelsbestand (vte)

10

50

Omzet excl. btw

€900.000

€11.250.000

Balanstotaal

€450.000

€6.000.000

Een vennootschap is klein als ze niet meer dan één van de drie criteria overschrijdt, en micro als ze niet meer dan één microdrempel overschrijdt en geen moeder- of dochtervennootschap is. Een overschrijding telt pas als ze zich twee boekjaren na elkaar voordoet. Vóór 2024 lagen de grenzen voor het balanstotaal op 4.500.000 en 350.000 euro.

Het balanstotaal is dus ook een groeisignaal: een bedrijf dat twee jaar boven 6 miljoen euro activa en 11,25 miljoen euro omzet zit, moet overstappen naar het volledig model, waarin de omzet niet langer facultatief is. De Europese kmo-definitie gebruikt ook het balanstotaal, met eigen plafonds (tot 43 miljoen euro voor een middelgrote onderneming); de Belgische kmo-definities zetten beide naast elkaar.

Wat je als verkoper uit de balans haalt

Je hoeft geen boekhouder te zijn. Leg wel minstens drie jaar naast elkaar.

  • Handelsvorderingen (40). Wat de klanten van het bedrijf nog moeten betalen. Is de omzet ingevuld, dan geven handelsvorderingen gedeeld door omzet maal 365 het aantal dagen klantenkrediet (iets te hoog, want vorderingen zijn inclusief btw). Stijgen de vorderingen sneller dan de omzet, dan raakt er geld vast. Debiteurenbeheer en DSO legt de berekening uit.

  • Handelsschulden (44). Wat het bedrijf aan leveranciers verschuldigd is, straks misschien aan jou. Een sterke stijging kan betekenen dat het trager betaalt.

  • Liquide middelen (54/58) tegenover schulden op korte termijn (42/48). De snelste check of de rekeningen van volgende maand gedekt zijn. Het werkkapitaal in de Belgische jaarrekening gaat daarop verder.

  • Belastingen, bezoldigingen en sociale lasten (45). Een ongewone sprong is een vraag waard: er kunnen onbetaalde belastingen of RSZ-bijdragen in zitten.

  • Eigen vermogen (10/15). Een negatief eigen vermogen betekent dat de schulden groter zijn dan de activa. Eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva is de solvabiliteitsratio van de Nationale Bank.

  • Materiële vaste activa (22/27). Een sprong betekent nieuwe gebouwen, machines of voertuigen: een bedrijf dat investeert.

De balans is een momentopname op de afsluitdatum, neergelegd tot zeven maanden later. Wat het bedrijf dat jaar verdiende, lees je in de resultatenrekening.

Een rekenvoorbeeld

Een fictieve groothandel in Mechelen met 35 vte en 9 miljoen euro omzet, die hij vrijwillig vermeldt, legt het verkort model neer:

Activa

Code

Bedrag

Passiva

Code

Bedrag

Vaste activa

21/28

€1.150.000

Eigen vermogen

10/15

€1.400.000

Voorraden

3

€900.000

Voorzieningen

16

€100.000

Handelsvorderingen

40

€1.200.000

Schulden op meer dan één jaar (banklening)

17

€800.000

Overige vorderingen

41

€150.000

Schulden op ten hoogste één jaar

42/48

€1.650.000

Liquide middelen

54/58

€550.000

waarvan handelsschulden

44

€850.000

Overlopende rekeningen

490/1

€50.000

Overlopende rekeningen

492/3

€50.000

Totaal

20/58

€4.000.000

Totaal

10/49

€4.000.000

  • Grootte: 35 vte, 9 miljoen omzet en een balanstotaal van 4 miljoen overschrijden geen enkele drempel voor kleine vennootschappen.

  • Solvabiliteit: 1.400.000 / 4.000.000 = 35%.

  • Liquiditeit in ruime zin (current ratio): (900.000 + 1.350.000 + 550.000 + 50.000) / (1.650.000 + 50.000) = 1,68.

  • Dagen klantenkrediet: 1.200.000 / 9.000.000 x 365 = ongeveer 49 dagen, met btw in de vorderingen.

Op zich een gezond beeld. De echte vragen zitten in de trend: groeiden vorderingen en handelsschulden over drie jaar sneller dan de omzet, en waar ging het geld naartoe?

Vier jaar balans naast elkaar

Eén bedrijf met de hand lukt nog; een lijst prospects of klanten niet. Bizzy toont op het tabblad Financials van elke Belgische juridische entiteit vier jaar cijfers uit de jaarrekeningen die bij de Nationale Bank zijn neergelegd, met de evolutie van jaar tot jaar: een blok solvabiliteit met totale activa, eigen vermogen en schulden op lange en korte termijn, en een blok liquiditeit met liquide middelen, netto werkkapitaal, current ratio en quick ratio. De neergelegde pdf per jaar staat ernaast. Je kunt gratis starten; de plannen staan op de prijspagina.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen vaste en vlottende activa? Vaste activa (21/28) houdt een bedrijf langer dan een jaar, zoals gebouwen, machines en deelnemingen. Vlottende activa (29/58) worden in de bedrijfscyclus omgezet in geld: voorraden, vorderingen, geldbeleggingen en liquide middelen.

Wat is het balanstotaal in de Belgische jaarrekening? Het totaal van de activa, code 20/58, gelijk aan het totaal van de passiva, 10/49. Sinds 2024 ligt de drempel voor een kleine vennootschap op 6.000.000 euro en voor een microvennootschap op 450.000 euro.

Waar staan de handelsvorderingen op de balans? Code 40 voor handelsvorderingen op ten hoogste één jaar, code 290 voor handelsvorderingen op meer dan één jaar.

Waarom staat de winst van het boekjaar niet op de balans? De Belgische balans wordt opgesteld na winstverdeling. De winst van het jaar is dus al verdeeld over reserves (13), overgedragen winst (14) of een dividend.

  • Foto: het voormalige abdijpaleis in Gembloers, Jean-Pol GRANDMONT, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

Bekijk vier jaar balansen

Totale activa, eigen vermogen, schulden en liquide middelen van elke Belgische juridische entiteit, uit de jaarrekeningen bij de Nationale Bank.

Bekijk vier jaar balansen

Totale activa, eigen vermogen, schulden en liquide middelen van elke Belgische juridische entiteit, uit de jaarrekeningen bij de Nationale Bank.