Cashflow berekenen uit de Belgische jaarrekening: formule, codes en voorbeeld
Tips
Het korte antwoord
De meeste Belgische jaarrekeningen bevatten geen kasstroomoverzicht, dus de cashflow bereken je zelf. De snelle versie werkt op elk model: de winst van het boekjaar (code 9904) plus de kosten die dat jaar geen geld kostten, namelijk afschrijvingen en waardeverminderingen op vaste activa (630), waardeverminderingen op voorraden en handelsvorderingen (631/4) en voorzieningen voor risico's en kosten (635/8). Dat is de eenvoudige cashflow: wat het bedrijf uit zijn eigen activiteit haalde, vóór investeringen en vóór schommelingen in het bedrijfskapitaal. De Nationale Bank gebruikt een ruimere versie in haar ratio cashflow op eigen vermogen. Lees de cashflow naast de liquide middelen op de balans (54/58), over minstens drie jaar: stijgt de cashflow terwijl de kaspositie daalt, dan gaat er geld naar voorraad, openstaande klantfacturen of investeringen.
De codes komen uit de standaardmodellen voor vennootschappen en de ratiodefinities van de Nationale Bank, de regel over wat een jaarrekening bevat uit artikel 3:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV), alles gelezen op 1 oktober 2026. Dit is algemene informatie, geen boekhoudkundig of financieel advies.
Winst is geen cash
De resultatenrekening toont wat een bedrijf in een jaar verdiende en verbruikte, niet wat er over zijn bankrekening ging. Drie zaken zorgen voor het verschil. Sommige kosten vragen dat jaar geen geld: een afschrijving spreidt de prijs van een bestelwagen over meerdere jaren, een waardevermindering noteert dat een klant waarschijnlijk niet zal betalen, een voorziening zet een bedrag opzij voor een toekomstige claim. Geld zit vast in het bedrijfskapitaal: een factuur van december telt als omzet, maar wordt in februari betaald. En een investering verlaat de bankrekening meteen, terwijl ze pas geleidelijk via afschrijvingen in de resultatenrekening komt. De eenvoudige cashflow corrigeert voor het eerste, de operationele en de vrije cashflow ook voor de andere twee.
Cashflow berekenen met de Belgische codes
Cashflow = 9904 + 630 + 631/4 + 635/8
Code | Rubriek in de resultatenrekening | Rol in de formule |
|---|---|---|
9904 | Winst (verlies) van het boekjaar | Vertrekpunt, na interesten en belastingen |
630 | Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa | Optellen |
631/4 | Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen) | Optellen; een terugneming is negatief en verlaagt de cashflow |
635/8 | Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen) | Optellen; een besteding of terugneming is negatief |
De vier rubrieken staan in het volledig, het verkort en het micromodel, dus de formule werkt voor elk bedrijf dat neerlegt. Ze telt dezelfde posten op als EBITDA berekenen uit de Belgische jaarrekening, maar vertrekt lager: de EBITDA begint bij de bedrijfswinst (9901), de cashflow bij de winst van het boekjaar, dus na het financieel resultaat en de belastingen. Elke rubriek wordt uitgelegd in de Belgische resultatenrekening.
De ruimere definitie van de Nationale Bank
In haar ratiostatistieken berekent de Nationale Bank "cashflow / eigen vermogen" met een ruimere teller. In het volledig model vertrekt ze van 9904, telt ze 630, 631/4 en 635/8 op plus afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen van financiële of niet-recurrente aard (6501, 651, 6560 min 6561, 660, 661, 662), trekt ze de terugnemingen af (760, 761, 762), telt ze minderwaarden bij de realisatie van vaste activa op (663) en corrigeert ze voor uitgestelde belastingen (min 780, plus 680). Het verkort en het micromodel splitsen de niet-recurrente kosten niet uit, dus daar neemt ze de afschrijvingen en waardeverminderingen op vaste activa uit de staat van de vaste activa in de toelichting (8079, 8279 en 8475, min de terugnemingen 8089, 8289 en 8485), samen met 631/4, 635/8 en de rubrieken voor uitgestelde belastingen. De ratio deelt door het eigen vermogen (10/15) en wordt alleen berekend voor een boekjaar van 12 maanden.
Voor de meeste bedrijven liggen beide versies dicht bij elkaar. Ze lopen uiteen in een jaar met een grote eenmalige waardevermindering, die de snelle formule mist omdat ze bij de niet-recurrente kosten staat (66A of 66B). Hou één versie aan over de jaren heen.
Waarom er geen kasstroomoverzicht is
Artikel 3:1 WVV bepaalt dat de jaarrekening bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting, die samen een geheel vormen. Een kasstroomoverzicht staat niet in dat rijtje, en geen van de drie standaardmodellen van de Nationale Bank voor vennootschappen bevat er een. Sommige bedrijven voegen er vrijwillig een toe, en beursgenoteerde groepen publiceren er een in hun geconsolideerde jaarrekening, die volgens IFRS moet. Voor het gewone Belgische bedrijf werk je met de balans en de resultatenrekening, die altijd het vorige boekjaar naast het huidige tonen: genoeg om de verschillen te berekenen.
Operationele en vrije cashflow, kort
Twee stappen brengen je van de eenvoudige cashflow naar het geld dat echt binnenkwam.
Operationele cashflow = eenvoudige cashflow min de toename van het bedrijfskapitaal. Neem het verschil tussen twee balansen in voorraden (3), handelsvorderingen (40) en handelsschulden (44): meer voorraad en meer openstaande klantfacturen slorpen cash op, meer openstaande leveranciersfacturen maken cash vrij. Bedrijfskapitaal in de Belgische jaarrekening legt die rubrieken in detail uit.
Vrije cashflow = operationele cashflow min investeringen. De staat van de vaste activa in de toelichting toont de aanschaffingen van het jaar, voor immateriële (8029) en materiële vaste activa (8169), in alle drie de modellen.
Beide zijn benaderingen: handelsvorderingen bevatten btw, belastingen zijn geboekt en niet noodzakelijk betaald, en de prijs die een bedrijf voor verkochte activa ontving, zie je niet. Voor richting en grootte volstaan ze.
Een uitgewerkt voorbeeld
Een fictief technisch dienstenbedrijf uit Leuven met 25 werknemers legt het verkort model neer. Bedragen in duizend euro:
Rubriek | Code | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Winst van het boekjaar | 9904 | 180 | 210 | 240 | 260 |
Afschrijvingen en waardeverminderingen op vaste activa | 630 | 120 | 130 | 150 | 170 |
Waardeverminderingen op voorraden en handelsvorderingen | 631/4 | 5 | 10 | 20 | 35 |
Voorzieningen voor risico's en kosten | 635/8 | 0 | 0 | 10 | -5 |
Eenvoudige cashflow | - | 305 | 350 | 420 | 460 |
Voorraden | 3 | 200 | 220 | 260 | 300 |
Handelsvorderingen | 40 | 600 | 750 | 950 | 1.250 |
Handelsschulden | 44 | 350 | 380 | 400 | 420 |
Operationele cashflow | - | - | 210 | 200 | 140 |
Aanschaffingen van materiële vaste activa | 8169 | 150 | 200 | 450 | 400 |
Vrije cashflow | - | - | 10 | -250 | -260 |
Liquide middelen | 54/58 | 400 | 380 | 290 | 150 |
Eenvoudige cashflow 2025: 260 + 170 + 35 min 5 = 460 duizend euro, de helft meer dan in 2022. Op die lijn alleen wordt het bedrijf elk jaar sterker.
Operationele cashflow 2025: het bedrijfskapitaal groeide met 40 (voorraden) plus 300 (handelsvorderingen) min 20 (handelsschulden) = 320, dus 460 min 320 = 140. De handelsvorderingen verdubbelden in drie jaar: klanten betalen later, en de stijgende waardeverminderingen op vorderingen (631/4, van 5 naar 35) wijzen erop dat sommigen helemaal niet zullen betalen.
Vrije cashflow: negatief in 2024 en 2025, na 850 duizend euro aan investeringen in twee jaar.
Kaspositie: van 400 naar 150. Het verschil tussen de vrije cashflow en de daling van de liquide middelen (160 in 2024, 120 in 2025) kwam van buitenaf, wat je op de balans terugziet als nieuwe schulden (17 of 43).
De ratio van de Nationale Bank: met een eigen vermogen (10/15) van 1.600 in 2025 is de cashflow op eigen vermogen 460 / 1.600 = 28,8%.
Cashflow over meerdere jaren lezen
Naast de winst. De cashflow ligt normaal hoger dan de winst, omdat de afschrijvingen erbij komen. Is ze een veelvoud van de winst, dan is het bedrijf kapitaalintensief en moet het veel ervan herinvesteren om ter plaatse te blijven.
Naast de afschrijvingen. Blijven de aanschaffingen (8169) jarenlang onder de afschrijvingen (630), dan draait het bedrijf op verouderend materiaal en oogt de cashflow beter dan de toekomst.
Naast de liquide middelen. Stijgende cashflow met dalende kaspositie, zoals in het voorbeeld, wijst naar bedrijfskapitaal of investeringen. Dalende cashflow met een stabiele kaspositie kan betekenen dat het bedrijf nieuwe schulden aangaat.
Negatieve jaren. Een negatieve cashflow betekent dat het verlies groter is dan de niet-kaskosten. Eén jaar kan een ongeluk zijn; twee jaar op rij met dalende liquide middelen is een reden om ook naar eigen vermogen en liquiditeit te kijken, met de financiële gezondheidscheck.
De datum. Een jaarrekening wordt tot zeven maanden na de afsluiting neergelegd, dus het laatste cijfer voor de liquide middelen kan ruim een half jaar oud zijn. Een Belgische jaarrekening opzoeken toont waar je ze vindt.
Cashflow voor veel bedrijven tegelijk
Bizzy toont in het blok Liquidity van het tabblad Financials van elke Belgische juridische entiteit vier jaar liquide middelen en cashflow uit de jaarrekeningen die bij de Nationale Bank zijn neergelegd, naast het netto bedrijfskapitaal en de current en quick ratio, met de neergelegde pdf per jaar om de bronrubrieken na te kijken. Het patroon hierboven, cashflow omhoog en kaspositie omlaag, zie je dan zonder de tabel voor elke klant of prospect opnieuw op te bouwen. Je kunt gratis starten; de abonnementen staan op de prijspagina.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je de cashflow uit een Belgische jaarrekening? Tel bij de winst van het boekjaar (9904) de afschrijvingen en waardeverminderingen op vaste activa (630), de waardeverminderingen op voorraden en handelsvorderingen (631/4) en de voorzieningen voor risico's en kosten (635/8) op. De formule werkt op het volledig, het verkort en het micromodel.
Moet een Belgisch bedrijf een kasstroomoverzicht publiceren? Nee. Volgens artikel 3:1 WVV bestaat de jaarrekening uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting. Beursgenoteerde groepen publiceren er wel een in hun geconsolideerde IFRS-jaarrekening.
Wat is het verschil tussen cashflow en EBITDA? De EBITDA vertrekt van de bedrijfswinst (9901), vóór interesten en belastingen; de cashflow van de winst van het boekjaar (9904), erna. Beide tellen dezelfde niet-kaskosten op.
Is een hoge cashflow altijd goed? Niet op zich. Slorpen bedrijfskapitaal en investeringen meer op dan de cashflow, dan dalen de liquide middelen toch, zoals in het voorbeeld hierboven.
Foto: de Grote Markt van Lier met het stadhuis, Bert76, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons