België telde in 2025 precies 11.685 faillissementen. Dat is het op een na hoogste cijfer in eenentwintig jaar gepubliceerde data, 55 dossiers onder het record van 11.740 uit 2013.
Het nationale totaal is het cijfer dat geciteerd wordt. Het is ook het cijfer dat het meeste verbergt, want de stijging sinds 2019 is niet over het land verspreid. Eén arrondissement neemt het grootste deel voor zijn rekening.
Twee buurarrondissementen, tegengestelde richting
Vlaams-Brabant heeft twee arrondissementen. Halle-Vilvoorde loopt in een boog rond Brussel, langs de west- en noordkant. Leuven ligt er pal ten oosten van. Zelfde provincie, zelfde rechtbanken, zelfde insolventiewetgeving, zelfde decennium.

Tot 2021 volgden beide arrondissementen elkaar tussen ongeveer 200 en 330 dossiers per jaar. Daarna liepen ze uiteen. Halle-Vilvoorde ging van 299 faillissementen in 2019 naar 1.127 in 2025, bijna vier keer zoveel. Leuven ging van 317 naar 333.
Op provincieniveau verschijnt dit als een stijging van 157% voor Vlaams-Brabant sinds 2015, ver boven elke andere provincie. Dat provinciecijfer klopt, maar het beschrijft de provincie verkeerd. In Leuven gebeurde weinig. Alles gebeurde in de rand rond Brussel.
Het patroon is gemeentelijk, en het is scherp afgelijnd
Binnen Halle-Vilvoorde concentreert de stijging zich in een beperkt aantal gemeenten in de onmiddellijke Brusselse rand.
Gemeente | 2019 | 2025 |
Zaventem | 33 | 227 |
Sint-Pieters-Leeuw | 19 | 116 |
Wemmel | 12 | 90 |
Dilbeek | 34 | 83 |
Grimbergen | 12 | 67 |
Kraainem | 2 | 65 |
Asse | 21 | 64 |
Overijse | 11 | 52 |
Machelen | 18 | 50 |
Sint-Genesius-Rode | 8 | 47 |
Zaventem alleen ging van 33 naar 227 dossiers. Kraainem ging van 2 naar 65. Het zijn gemeenten op de Brusselse grens, meerdere ervan langs de luchthavencorridor.
Vervoer en opslag is de duidelijkste rode draad
Nationaal is vervoer en opslag de snelst verslechterende sector in de data. De sector ging van 424 faillissementen in 2015 naar 833 in 2025, een stijging van 96%. De bouw volgt op de tweede plaats met 57% erbij over dezelfde periode, tot 2.790 dossiers, en blijft qua volume de grootste sector met 23,9% van alle faillissementen in 2025.
De rol van Halle-Vilvoorde in het transportcijfer is de scherpste statistiek in deze dataset.

In 2019 was het arrondissement goed voor 4,0% van elk Belgisch faillissement in vervoer en opslag. In 2025 was dat 18,0%. Ongeveer één op vijf transportfaillissementen in het land zit nu in één arrondissement.
Deze maatstaf verdient meer vertrouwen dan de ruwe aantallen. Het is een aandeel van een nationaal totaal, dus zowel de teller als de noemer bestaat uit faillissementen. Het hangt niet af van hoeveel bedrijven in het arrondissement geregistreerd staan, en dat is precies de zwakte van de cijfers hierboven.
Het is niet gewoon een inhaalbeweging na corona
De voor de hand liggende tegenwerping is dat dit een terugslag is. België onderdrukte faillissementsaanvragen tijdens de pandemie via moratoria en steunmaatregelen, en dat is zichtbaar in de data: 7.203 dossiers in 2020 en 6.533 in 2021, allebei ver onder de 10.598 van 2019. Toen de steun wegviel, kwam de achterstand binnen.
Dat verklaart de nationale vorm. Het verklaart de kloof niet. Een inhaaleffect zou elk arrondissement ongeveer evenredig moeten optillen, want overal werden dossiers uitgesteld. Leuven veerde terug naar 333 dossiers in 2025, net boven het niveau van 317 in 2019. Halle-Vilvoorde veerde terug naar 1.127, bijna vier keer het niveau van 2019. Twee buurarrondissementen onder dezelfde nationale maatregelen kwamen niet op dezelfde manier uit die onderdrukking.
Wat er in de Brusselse rand gebeurt, begon in de transportcijfers al voor de pandemie. Het aandeel van het arrondissement in de nationale transportfaillissementen steeg van 2,6% in 2015 naar 8,6% in 2020, en versnelde daarna scherp.
Wat deze cijfers niet vertellen
Vier beperkingen tellen, en ze tellen hier zwaarder dan gewoonlijk.
Dit zijn aantallen, geen faillissementsgraden. Statbel publiceert faillissementen per gemeente. In dezelfde publicatie staat niet hoeveel actieve bedrijven elke gemeente telt, dus we kunnen het ene niet door het andere delen. Als het aantal in Zaventem geregistreerde bedrijven in dezelfde periode fors groeide, weerspiegelt een deel van de stijging een grotere populatie in plaats van een hoger risico per bedrijf. Het nationale bedrijvenbestand verviervoudigde bij lange na niet, dus populatiegroei kan het grootste deel van de verandering niet verklaren, maar waarschijnlijk wel een deel.
Een maatschappelijke zetel is geen exploitatie. Belgische faillissementsstatistieken worden toegewezen aan het geregistreerde adres van de onderneming. Zeker voor de Brusselse rand is dat adres vaak administratief. Holdingstructuren, transport- en logistieke bedrijven bij de luchthaven, en ondernemingen die Brussel bedienen maar er net buiten geregistreerd staan, komen allemaal in deze gemeenten terecht. Een bedrijf dat in Zaventem geteld wordt, had daar mogelijk geen personeel of gebouwen. Wil je weten waar een bedrijf echt actief is, dan heb je de vestigingseenheden nodig en niet de zetel.
Sectorlabels volgen het register, niet de activiteit. De NACE-code van een onderneming is wat ze zelf aangaf, en aangiftes verouderen. Onze gids over NACEBEL-codes beschrijft hoe ver dat kan afwijken.
Een faillissement is een eindpunt, geen waarschuwing. Tegen de tijd dat een dossier in deze data verschijnt, is de beslissing gevallen. Voor de signalen die eerder komen, zie hoe je een klant in moeilijkheden herkent.
Voor het nationale beeld over twee decennia, per sector en per bedrijfsleeftijd, zie onze Belgische faillissementscijfers. Wil je één specifiek bedrijf controleren in plaats van een trend, zie dan hoe je nagaat of een Belgisch bedrijf failliet is.
Wat je hiermee doet als je aan Belgische bedrijven verkoopt
Drie praktische gevolgen.
Behandel een adres in de Brusselse rand als een vraag, niet als een antwoord. Splits je je territorium of je rapportering op basis van het geregistreerde adres, dan ziet de rand rond Brussel er anders uit dan hij handelt. Controleer de vestigingseenheden voor je een conclusie trekt over waar een account echt zit.
Volg transport- en logistiekportefeuilles nauwer op dan het nationale gemiddelde suggereert. De sector verslechtert sneller dan elke andere, en die verslechtering is geografisch geconcentreerd. Leunt je klantenbestand die kant op, dan is je blootstelling niet de nationale trend.
Scheid het alarmerende cijfer van het bruikbare. De provinciale stijging van 157% is het cijfer dat zal rondgaan. De concentratie van 4,0% naar 18,0% is het cijfer dat je iets vertelt waar je op kunt handelen, omdat het niet van bedrijfsaantallen afhangt.
Bouw of schoon je een lijst van Belgische bedrijven op, dan beschrijft onze gids over bronnen van Belgische bedrijfsdata welk register wat geeft, en legt de gids over het ondernemingsregister uit hoe de KBO is opgebouwd.
Veelgestelde vragen
Welke Belgische provincie telt de meeste faillissementen?
In absolute aantallen telde de provincie Antwerpen er in 2025 het meest, 2.088, gevolgd door Vlaams-Brabant met 1.460 en Oost-Vlaanderen met 1.404. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat geen provincie is, telde er 2.190. Ruwe aantallen volgen grotendeels de omvang van de lokale economie en zijn op zich dus een zwakke maatstaf voor risico.
Was 2025 een recordjaar voor Belgische faillissementen?
Nee. 2025 telde 11.685 faillissementen, het op een na hoogste cijfer in de gepubliceerde reeks die in 2005 begint. De piek blijft 2013 met 11.740.
Waarom stijgt Halle-Vilvoorde zoveel sneller dan Leuven?
De data toont de kloof duidelijk maar verklaart ze niet. De meest waarschijnlijke factoren zijn de concentratie van transport en logistiek langs de corridor van de luchthaven van Brussel, en het gebruik van randgemeenten als geregistreerd adres voor bedrijven die elders opereren. Beide plaatsen dossiers in deze gemeenten zonder dat er sprake hoeft te zijn van een uniek lokaal ondernemingsklimaat.
Gaat het om faillissementen of om stopzettingen?
Alleen om faillissementen. Een faillissement is een vonnis van de rechtbank. De meeste bedrijven die stoppen, doen dat via een vrijwillige vereffening of door de activiteit gewoon te staken, en die verschijnen niet in deze dataset.
Waar komt deze data vandaan?
Van Statbel, het Belgische statistiekbureau, dat faillissementen als open data publiceert met jaar, maand, gemeente, arrondissement, provincie, gewest, NACE-code, rechtsvorm, werknemersklasse en bedrijfsleeftijd. Deze analyse gebruikt volledige kalenderjaren van 2015 tot en met 2025. De data van 2026 loopt momenteel alleen van januari tot juli en is niet meegenomen.
